Voorkomen zoet en zout grondwater

Grondwater kan zoet, brak of zout zijn, dit hangt af van het chloridegehalte. Zoet grondwater heeft een chloridegehalte tot 150 mg/l, zout grondwater een chloridegehalte van meer dan 1000 mg/l en brak grondwater een chloridegehalte tussen 150 en 1000 mg/l.

Zoet en zout water in Zeeland

In grote delen van Zeeland is het ondiepe en diepe grondwater brak tot zout. Op sommige plaatsen komt zoet grondwater voor. Omdat zoet grondwater lichter is dan zout/brak grondwater drijft dit zoete grondwater als een zoetwaterbel op het zout/brakke grondwater. De zoetwaterbellen in Zeeland komen vooral voor onder de duinen, de zandige kreekruggen en dekzandgebieden van Zeeuws Vlaanderen. Door opkwellend brak of zout grondwater is ook het oppervlaktewater in grote delen van de provincie brak tot zout. Het schema hiernaast laat de situatie zien van de ondergrond met zoetwaterbellen, toestroom van brak en zout grondwater en brak grondwater. Het grondwater is dikwijls brak als gevolg van overstromingen door de zee, waarbij zout in de ondergrond is afgezet en door toestroming/kwel van zout/brak grondwater. Sterke zoute kwel treedt in Zeeland op daar waar zandige kreekruggen in de ondergrond in contact staan met de deltawateren.
Voor de landbouw levert het zoute oppervlaktewater nauwelijks problemen op. Onder de bouwvoor bevindt zich over het algemeen een zoetwaterlens die voldoende dik is om er landbouw op te bedrijven. Problemen kunnen ontstaan wanneer het bovenste grondwater verzilt en de zoetwaterlens te dun wordt. Verzilting is de toename van het zoutgehalte van water en bodem. Hierdoor is de teelt van de gangbare landbouwgewassen niet meer mogelijk. Op enkele plaatsen in Zeeland komt dit voor. In deze gebieden is de gebruiksfunctie veelal veranderd in natte zilte natuur. In geval van verzilting in landbouwgebieden is een andere oplossing om over te schakelen op zogenaamde zilte teelten en aquaculturen.

Voordelen van zoetwater

Zoetwatervoorraden zijn nodig om over voldoende drinkwater te kunnen beschikken. Daarnaast zijn verreweg de meeste (landbouw)teelten afhankelijk van zoet grondwater. Verzilting kan tot schade leiden voor de landbouw. Daarnaast kan verzilting ook leiden tot schade aan archeologische waarden in de ondergrond en aan funderingen van gebouwen. Het is dus zaak om zuinig te zijn op het beschikbare zoete grondwater.

Ambities en doelen

De provincie Zeeland wil mogelijke verziltingsproblemen vroegtijdig signaleren. Begin oktober 2014 is er begonnen met het in kaart brengen van zoet-zout gehaltes van grondwater in Zeeland. Dit geeft inzicht in de verzilting- en verzoetingprocessen en waar dit optreedt. Een helikopter met speciale apparatuur (in de vorm van een sigaar) vliegt in 2014 en 2015 boven Zeeland. Via elektromagnetische straling wordt de zoet-zoutverdeling in de ondergrond bepaald. Hiermee is Zeeland de eerste provincie waarvan het zoutprofiel voor het complete grondgebied in kaart wordt gebracht. De resultaten van de metingen zijn in 2016 te vinden op de website van de Provincie Zeeland en Waterschap Scheldestromen.
De landbouw is gebaat bij een goede zoetwatervoorziening, terwijl de natuur vaak juist gebaat is bij brak water, waarbij unieke flora en fauna kan floreren. De provincie Zeeland heeft daarom de algemene doelstelling opgenomen een duurzame en natuurlijke zoetwatervoorziening na te streven. In de toekomst kan door de stijging van de zeespiegel en toenemende droogte het grondwater verder verzilten. Die effecten zijn naar verwachting niet bijzonder groot, maar absolute zekerheid daarover ontbreekt nog (uit: Inspelen op klimaatverandering in Zeeland, klimaatnota, december 2010). De landbouw zal dus naar een efficiëntere benutting van zoet grondwater op perceels-, bedrijfs- en gebiedsniveau toe moeten. Daar waar het grondwater sterk zouter wordt, zal op termijn het landgebruik moeten veranderen. Voor grondwateronttrekkingen geldt de doelstelling dat de (natuurlijke) aanvulling van grondwater groter moet blijven dan de hoeveelheid onttrokken grondwater.

Beleid in praktijk

De provincie doet onderzoek naar de verzilting en verzoeting van het bovenste grondwater. Dit om de kennis vergroten over het hoe in de toekomst om te gaan met de mogelijk toenemende verzilting. Aansluitend aan dit onderzoek kunnen diverse maatregelen worden bekeken om verziltingeffecten te voorkomen of te beperken. Maatregelen die effectief blijken te zijn zullen vervolgens in beleid worden omgezet. De landbouw is gebaat bij een duurzame en natuurlijke zoetwatervoorziening. Zeeland geeft ruimte om grondwater te onttrekken voor de landbouw mits andere gebruiksfuncties geen schade ondervinden en geen verzilting van grondwater optreedt. De grondwateronttrekker is gebonden aan de regels uit het Grondwaterbeheersplan 2002-2007 (verlengd tot 2012). Per 22 december 2009 is de bevoegdheid over het grondwater overgedragen naar het waterschap. De provincie gaat alleen nog over de omvangrijke industriële onttrekkingen (groter dan 150.000 m3/j), onttrekkingen voor warmte-koude opslag en de drinkwaterwinningen. De geldende regels verschillen afhankelijk van de onttrokken hoeveelheden (debiet), de duur van de onttrekking, of er zoet of zout grondwater wordt onttrokken en of de onttrekking plaatsvindt in een kwetsbaar gebied. De provincie ondersteunt en stimuleert initiatieven voor aquacultuur in gebieden waar de toenemende verzilting een probleem vormt voor de gangbare landbouw. Tot aquacultuur hoort de kweek van schaal- en schelpdieren, vis, zouttolerante gewassen en andere aquatische producten. Het gaat daarbij om zowel voedingstoepassingen als om industriële en energietoepassingen van gekweekte aquatische organismen.