Cultuurhistorische waarden

Cultuurhistorische waarden zijn overblijfselen uit ons verleden die iets vertellen over de vroegere levenswijze van de Zeeuwen. Voorbeelden zijn oude dorpjes, historische binnensteden, landschappen, kreekrestanten, kreekruggen, oude verkavelingspatronen, oude boerderijen, fabrieken, kerken, molens en haventjes. Naast bouwkunst en historische stedenbouw vallen onder cultuurhistorie ook het landschap, archeologische waarden, aardkundige waarden en groene monumenten.

Cultuurhistorie in Zeeland

Zeeland heeft een rijke bewoningsgeschiedenis. Al eeuwenlang, tot ver voor onze jaartelling, wonen en werken er mensen in Zeeland. Bijna iedere generatie bewoners hebben in Zeeland door de tijd heen hun sporen nagelaten in de vorm van cultuurhistorische waarden. Deze waarden zijn in de hele provincie terug te vinden. De kaart van de cultuurhistorische hoofdstructuur illustreert dit.
Veel van de cultuurhistorische elementen liggen boven het oppervlak. Toch is er vaak een sterke band met de ondergrond.

Rond het begin van de jaartelling was Zeeland een uitgestrekt veengebied. In de eeuwen daarna viel onder invloed van het water het veengebied uit elkaar. Er ontstonden een aantal eilanden, omgeven en doorsneden door kreken en geulen. Deze veeneilanden werden regelmatig overstroomd, waarbij klei en zand werd afgezet. De klei werd vooral afgezet op het veen. Het zand werd afgezet in de geulen en kreken die daardoor langzaam dichtslibden en verlanden. In de loop van tijd begon het veen (met daarop de klei) in te klinken. De zandige kreekopvullingen klonken niet in en kwamen als hoger gelegen kreekruggen in het landschap te liggen.
Na de eerste bedijkingen van deze eilanden rond 1100 na Chr. ontstond een landschap van lager gelegen natte poelgronden en hoger gelegen droge kreekruggen. De bewoners van Zeeland maakten daar handig gebruik van. Op de kreekruggen kwamen de dorpen en wegen, de akkers en de fruitteeltpercelen te liggen. De omliggende poelgronden waren te nat voor het verbouwen van gewassen en werden daarom voornamelijk als weiland gebruikt. Pas vanaf de grote ruilverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw werd het onderscheid in gebruik tussen kreekruggen en poelgronden minder duidelijk.

Het cultuurhistorisch erfgoed wat in de ondergrond ligt is bijna altijd archeologisch of aardkundig erfgoed.

Betekenis van cultuurhistorische waarden

Cultuurhistorische waarden maken de geschiedenis van een gebied zichtbaar. Cultuurhistorische waarden zorgen voor afwisseling in het landschap en verhogen de belevingswaarde van de Zeeuwse regio's. In Zeeland is veel belangstelling voor onderwerpen die te maken hebben met de geschiedenis en identiteit van plekken. Zo dragen de cultuurhistorische waarden bij aan het woongenot en vestigingsklimaat van mensen. Behoud en versterking van cultuurhistorische waarden hebben een positief welvaartseffect op de hele regio. Door cultuurhistorische waarden te koppelen aan recreatiemogelijkheden vormen ze een stimulans voor de regionale economie.

Een slimme koppeling van cultuurhistorische waarden, nieuwe natuur en recreatie (zie bijvoorbeeld de Staats Spaanse linies in Zeeuws-Vlaanderen) zorgt voor een versterking van landschappelijke en recreatieve kwaliteiten. Ook kunnen cultuurhistorische waarden gekoppeld worden met evenementen. Naast belangstelling voor cultuurhistorie zorgt het benutten en koppelen van deze waarden voor inkomsten voor de streek.

Ambities en doelen

De ambities en doelen van de provincie op gebied van cultuurhistorie zijn vastgelegd in de Nota Cultuurhistorie en Monumenten 2007-2012. Daarin staat aangegeven dat de cultuurhistorische kwaliteiten behouden en versterkt worden.

  • Provinciale doelen: Het realiseren van een zo gevarieerd en zo gespreid mogelijk, kwalitatief goed aanbod van cultuurhistorie en monumenten; Het realiseren van een zo groot mogelijke cultuurparticipatie (zoveel mogelijk mensen kennis laten maken met de rijke Zeeuwse cultuurhistorie en deel laten nemen aan activiteiten op dit terrein); Het versterken van de culturele factor in de samenleving, door te zorgen dat cultuurhistorie in de maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkeling van Zeeland een stevige en inspirerende rol speelt.
  • Nationale doelen: De provincie speelt ook in op landelijke ontwikkelingen. Het rijksbeleid Belvedère, heeft cultuurhistorie als uitgangspunt voor de ruimtelijke inrichting van Nederland. De Belvedèrestrategie uit 1999 'behoud door ontwikkeling' staat hierin centraal. Dit komt vooral tot uitdrukking in de uitvoering van projecten. Voorbeelden hiervan zijn de Staats-Spaanse Linies en de herontwikkeling van het terrein van de Koninklijke Schelde Groep in Vlissingen.

Beleid in de praktijk

De provincie Zeeland heeft haar beleid voor cultuurhistorie en monumenten beschreven in de Uitwerkingsnota Cultuurhistorie en Monumenten 2007-2012. In het Omgevingsplan Zeeland 2006–2012 staan de inpasbaarheidstrategieën beschreven waarmee het beleid voor cultuurhistorie en monumenten in de praktijk vorm krijgt. Deze drie inpasbaarheidstrategieën zijn:

  • Behoud cultuurhistorische elementen en relicten: Bestaande cultuurhistorische elementen moeten behouden en waar mogelijk hersteld worden. Ontwikkelingen zijn inpasbaar wanneer ze het behoud, herstel en beheer van cultuurhistorische elementen en structuren ten goede komen.
  • Behoud door ontwikkeling: Het vinden van een evenwicht tussen het behoud van cultuurhistorisch waardevolle elementen en het toekennen van nieuwe functies aan elementen. Cultuurhistorische elementen kunnen daarbij als inspiratiebron dienen.
  • Versterken samenhang en herkenbaarheid voorwaarde voor inpassen nieuwe ontwikkeling: niet de elementen op zich, maar de elementen als deel van een grotere structuur zijn daarbij belangrijk. Nieuwe ontwikkelingen in gebieden kunnen de samenhang en herkenbaarheid van cultuurhistorische elementen vergroten.