Grondwateronttrekking

Grondwateronttrekking is het oppompen van water uit de ondergrond met als doel om dit te gebruiken als drinkwater, proceswater (bijvoorbeeld koelen en spoelen) of beregeningswater. Omdat zoet grondwater vrij schaars is in Zeeland, staat duurzaam gebruik ervan in Zeeland voorop.
Grondwater wordt ook onttrokken om de grondwaterstand tijdelijk te verlagen voor bouwactiviteiten en bij (bodem)saneringen.

Geschiktheid van de Zeeuwse bodem

Op veel plaatsen in Zeeland is het ondiepe grondwater voldoende zoet voor gebruik als beregeningswater voor de landbouw. De landbouw is grootste netto onttrekker van grondwater. In Zeeland zijn er tussen de 500 en 600 vergunde ontrekkingspunten, waarvan er circa 200 worden gebruikt afhankelijk van droogte en van de teelt nabij het ontrekkingspunt in het betreffende jaar.
De Zeeuwse bodem is op een aantal plaatsen geschikt voor drinkwaterwinning. In het duingebied bij Haamstede wordt drinkwater gewonnen door onttrekking van voorgezuiverd en geïnfiltreerd water uit het Haringvliet. In het dekzandgebied bij Sint Jansteen wordt grondwater gewonnen dat vooral wordt gebruikt voor industriewater en dat bij calamiteiten kan worden ingezet voor de drinkwatervoorziening.
De drinkwaterwinningen in het duingebied Oranjezon en de kreekrug bij Biggekerke zijn niet meer operationeel. Ze dienen als reserve waterwingebied.
De industrie, het MKB en andere gebruikers zoals de glastuinbouw en sportclubs ontrekken in beperkte mate grondwater. Reden hiervoor is de vaak matige kwaliteit (te hoog zoutgehalte) van het grondwater. De industrie gaat steeds vaker over op het gebruik van oppervlaktewater of andere mogelijkheden voor koeling.
Tenslotte is de toepassing van bodemenergie ook een gebruiker van het grondwater. In Zeeland wordt deze vorm van grondwatergebruik nog in beperkte mate toegepast. In grote delen van Nederland is deze techniek inmiddels al wel sterk in opmars.

Zorgvuldig omgaan met onttrekkingen

Zorgvuldig omgaan met grondwaterwinning beperkt het risico op verzilting van het vaak schaarse zoete grondwater. Door verzilting neemt het zoutgehalte van het (grond)water en de bodem toe. Verzilting kan tot schade leiden voor de landbouw, omdat het grondwater minder of ongeschikt wordt voor beregeningsdoeleinden.
Winning van grondwater kan verlaging van de grondwaterstand en daarmee verdroging van gebieden tot gevolg hebben. Om verdroging tegen te gaan zijn in kwetsbare gebieden, bijvoorbeeld (natte) natuurgebieden en grondwaterbeschermingsgebieden, alleen grondwaterwinningen op basis van een melding toegestaan als ze kortdurend zijn (maximaal 6 maanden) en een laag debiet hebben (maximaal 100 m3 per uur en maximaal 1.000 m3; per maand) hebben. Voor alle andere grondwateronttrekkingen is altijd een vergunning van het waterschap of de provincie vereist.

Ambities en doelen

Grondwater is van belang als grondstof voor drinkwater. Grondwater maakt bodemleven en plantengroei mogelijk, waardoor landbouw- en natuurgewassen kunnen groeien. De beschikbaarheid van voldoende en kwalitatief goed (drink)water en tegengaan van verdroging en verzilting, zijn belangrijke ambities en doelen in Zeeland.
Door bescherming van de kwaliteit van het grondwater zorgt de provincie voor de mogelijkheid van duurzame drinkwaterwinning in daarvoor aangewezen gebieden. Door verspreiding van mogelijke verontreinigingen in bodem en grondwater tegen te gaan beschermt de provincie de goede kwaliteit van het infiltratiewater voor de winningen Sint Jansteen en Haamstede.
Door risicovolle (bovengrondse) activiteiten, die tot verontreinigingen kunnen leiden, in kwetsbare gebieden te vermijden verkleint de kans op verontreiniging van bodem en grondwater.

Waterwingebieden zijn goed te combineren met natuurontwikkeling en recreatie. De duingebieden, die een hoge landschappelijke-, natuur- en recreatieve waarde hebben, zijn daar een goed voorbeeld van.

Zeeland wil toe naar een duurzame en natuurlijke zoetwatervoorziening voor de landbouw. Hiervoor is het noodzakelijk dat zoetwaterafhankelijke teelten gepland worden in die gebieden waar voldoende zoet grondwater beschikbaar is.

Beleid in praktijk

Zeeland is zuinig op zijn zoete grondwater. Bevorderen van het hergebruik van (grond)water en andere waterbesparende maatregelen moeten er toe leiden dat de hoeveelheid zoet grondwater gelijk blijft of zelfs groter wordt. Een ontrekker van grondwater moet daarom rekening houden met het strategisch grondwaterbeleid zoals dat is beschreven in het Provinciaal Omgevingsplan 2006 - 2012 en moet zich houden aan de regels voor het onttrekken van grondwater. Deze zijn vastgelegd in de Waterwet, de Waterverordening Zeeland en de Keur van de waterschappen. Door de bevoegde gezagen (provincie en waterschappen) worden voor de onttrekkingen (nog) als leidraad gehanteerd de uitgangspunten zoals geformuleerd in het Grondwaterbeheersplan 2002-2007. Per 22 december 2009 is het grondwater overgedragen naar het waterschap. De provincie gaat alleen nog over de omvangrijke industriële onttrekkingen (groter dan 150.000 m3/j), onttrekkingen voor warmte-koude opslag en de drinkwaterwinningen.

Om te zorgen dat grondwater geschikt blijft voor de productie van drinkwater zijn grondwaterbeschermingszones aangewezen. In deze zones gelden strenge regels, waarbij het opslaan van olie, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en (kunst)mest en andere activiteiten, die van negatieve invloed kunnen zijn op de grondwaterkwaliteit, niet zijn toegestaan. Gemeenten en provincies zijn verantwoordelijk voor de handhaving van de naleving van deze regels. Ook voor andere grondwateronttrekkingen hebben de provincie en de waterschappen beschermingsregels opgesteld. De geldende regels verschillen afhankelijk van de onttrokken hoeveelheden (debiet), de duur van de onttrekking, of er zoet of zout grondwater wordt onttrokken en of de onttrekking plaatsvindt in een kwetsbaar gebied.
De provincie en het waterschap maken onderscheid in:

  • Onttrekkingen in kwetsbare gebieden
  • Onttrekkingen voor beregening buiten kwetsbare gebieden
  • Tijdelijke onttrekkingen buiten kwetsbare gebieden
  • Overige onttrekkingen buiten kwetsbare gebieden
  • Onttrekkingen met koude- en warmteopslag (WKO) in de bodem
  • Voldoende zoet grondwater voor de landbouw.