Niet gesprongen explosieven

De Nederlandse ondergrond verbergt nog veel niet gesprongen explosieven zoals munitie, granaten en bommen. Ze zijn vooral uit de Tweede Wereldoorlog afkomstig. De niet gesprongen explosieven worden regelmatig ontdekt bij bouw-, graaf-, bagger- en saneringswerkzaamheden. Het aantreffen van niet gesprongen explosieven heeft naast veiligheidsrisico's in de vorm van ontploffingsgevaar, ook dikwijls een emotionele zijde. Vaak verdrongen herinneringen komen bij ouderen weer naar boven.

Niet gesprongen explosieven in Zeeland

Niet gesprongen explosieven (NGE) in de Zeeuwse bodem zijn enerzijds afkomstig van bombardementen en gevechtshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Anderzijds is aan het einde en in de periode na de Tweede Wereldoorlog munitie geruimd en gedumpt in bijvoorbeeld watergangen, oude loopgraven, bomkraters. Om die reden is het belangrijk om te weten waar (zware) bombardementen hebben plaatsgevonden, waar (loopgraaf)gevechten en verdedigingslinies zijn geweest en waar munitie werd opgeslagen.

Met name op plaatsen waar veel gevochten is, lag veel niet gesprongen of ongebruikte munitie in het veld. Dit is of in de bodem achtergebleven, of verzameld en daarna onschadelijk gemaakt dan wel gedumpt. In Zeeland hebben met name rond de Westerschelde in 1944 veel (heftige) gevechtshandelingen plaatsgevonden. Het Sloe, Vlissingen en Westkapelle zijn bekende landingsplaatsen van de geallieerden waar hevige gevechten hebben plaatsgevonden. Maar ook Zeeuws Vlaanderen heeft enorm geleden onder het oorlogsgeweld. In de wateren voor de kust van Zeeland en Vlaanderen en in de Oosterschelde is in de jaren vijftig en zestig veel munitie uit de Tweede Wereldoorlog gedumpt. Voor zover bekend is na de Eerste Wereldoorlog alleen oorlogsmateriaal uit België gedumpt op de ondiepe zandplaat voor Knokke-Heist, maar niet in Zeeland.

Betekenis van niet gesprongen explosieven

Doordat de bodem steeds vaker en ook diepgaander gebruikt wordt, bijvoorbeeld bij infrastructurele werken, ondergronds bouwen, bodemsaneringen, dijkverzwaring of warmtekoude opslag, worden ruim 65 jaar na de Tweede Wereldoorlog nog steeds niet-gesprongen explosieven gevonden. In bepaalde gebieden is een verhoogde kans op de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. In deze gebieden is het zeer raadzaam om voorafgaande aan bouw-, grondverzet en/of baggeractiviteiten een explosievenonderzoek uit te voeren.

Het maken van een inschatting van risico's voorafgaand aan werkzaamheden voorkomt niet alleen onveilige situaties, maar ook stagnatie van het project en hierbij gepaard gaande budgetoverschrijding. Het raadplegen van de signaleringskaart met gebieden waar door historische gebeurtenissen verhoogde kans bestaat op de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven is een eerste stap bij het maken van risico afwegingen voor een plangebied. Deze signaleringskaart is opgesteld aan de hand van archiefonderzoek, literatuurstudie, ooggetuigenverklaringen en eerdere vondsten.

Ambities en doelen

De provincie heeft in 2009 het initiatief genomen om uit te zoeken en op kaart te zetten waar in Zeeland door historische gebeurtenissen sprake is van verhoogde kans op de aanwezigheid van niet-gesprongen. Deze informatie helpt een gemeente, provincie of andere initiatiefnemer om een eerste inschatting van de mogelijkheid van het wel of niet voorkomen van explosieven in de bodem te maken. De gemaakte kaart heeft een signalerende functie. Initiatiefnemers van ruimtelijke projecten kunnen hun voordeel met deze kaart doen. Het is en blijft echter de verantwoording van de initiatiefnemer om wel of geen officieel onderzoek naar explosieven op te starten als daar aanleiding voor is.

Beleid in de praktijk

In de wet- en regelgeving wordt in plaats van de term niet-gesprongen explosieven (NGE) de term CE gebruikt. CE staat voor Conventionele Explosieven.

  • Landelijke wet en regelgeving: Landelijk is er diverse wet- en regelgeving van toepassing. In artikel 4.10 van het Arbeidsomstandigheden besluit is bepaald dat arbeid voor het opsporen, benaderen en ruimen van niet gesprongen explosieven moeten worden uitgevoerd door een (WSCS-OCE) gecertificeerd bedrijf. Deze regel treedt in werking zodra er inschattingen gemaakt gaan worden van risico's en de vervolgstappen (zoals het benaderen van een explosief). Deze regelgeving is nog niet van toepassing als er een eerste inschatting gemaakt wordt van de trefkans op niet-gesprongen explosieven in de bodem. Het doen van een historisch feitenrelaas (zoals de provinciale signaleringskaart) is niet gebonden aan de landelijke regels, zoals het Werkveldspecifieke Certificatieschema(WSCS)-OCE.
  • Rol van de provincie: De provincie heeft geen officiële rol ten aanzien van niet-gesprongen explosieven. Door het opstellen van de signaleringskaart heeft de provincie faciliterend richten gemeenten en initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen gewerkt. Door de provincie is dan ook geen specifieke beleid opgesteld voor de omgang met niet-gesprongen explosieven. 
  • Rol van de gemeente als bevoegd gezag: Bij het opsporen en ruimen van niet-gesprongen explosieven is de openbare orde en veiligheid het bepalende uitgangspunt. De burgemeester is op grond van artikel 172 van de Gemeentewet belast met de handhaving daarvan. Aan hem staan daartoe diverse bevoegdheden ter beschikking, waaronder het geven van noodbevelen en het vaststellen van een noodverordening. De beslissing om in een concrete situatie al dan niet over te gaan tot het opsporen en ruimen van explosieven is dus de bevoegdheid van de burgemeester. Er geldt overigens geen verplichting om over te gaan tot opsporing en ruiming. Dit hangt af van het concrete geval en dat wordt vooral beoordeeld in relatie tot het huidige en toekomstige gebruik van het gebied.

Er kunnen op hoofdlijnen twee aanleidingen worden genoemd voor het uitvoeren een vooronderzoek naar en vervolgens het zonodig opsporen en ruimen van CE:

  • Spontane vondst van een niet gesprongen explosief (NGE), bijvoorbeeld door een boer tijdens het bewerken van het land of tijdens het graven bij bouwwerkzaamheden. De spontane vondst van een NGE moet worden gemeld bij de politie. De politie besluit afhankelijk van de situatie ter plaatse of de Explosieven Opruiming Dienst Defensie(EODD) gewaarschuwd moet worden. De EODB bepaald op basis van onderzoek ter plaatse welke maatregelen er worden genomen en zal dat vervolgens afstemmen met de burgemeester en de politie.
  • Het vermoeden dat in een bepaald gebied niet gesprongen explosieven in de (water)bodem zitten, meestal in combinatie met bijvoorbeeld bouwplannen in dat gebied. In dat geval wordt er altijd gestart met een vooronderzoek, zonodig gevolgd door de opsporing en ruiming van NGE. Het verrichten van vroegtijdig vooronderzoek is zowel van belang voor de veiligheid, maar ook om te voorkomen dat op een later moment grote vertraging in bijvoorbeeld bouwprojecten optreedt.

Opsporen van Conventionele Explosieven: WSCS-OCE

In het Werkveldspecifieke Certificatieschema voor het systeemcertificaat  "Opsporen van Conventionele Explosieven" (WSCS-OCE) staan de eisen, waaraan een bedrijf moet voldoen om gecertificeerd te kunnen worden voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven. Door de grote gevaren voor veiligheid en gezondheid bij het opsporen van conventionele explosieven van de betrokken werknemers en andere personen, is in het Arbobesluit voorgeschreven dat deze werkzaamheden alleen door WSCS-OCE gecertificeerde bedrijven mogen worden uitgevoerd.

Opsporen en ruimen: handreiking voor gemeenten

De regels waar een gemeente in het geval van niet gesprongen explosieven mee te maken krijgen zijn complex. Daarom is er (in 2005) een handreiking opgesteld door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) voor gemeenten die met NGE te maken krijgen, maar hier nog weinig ervaring mee hebben. Door deze handreiking "Opsporen en ruimen" worden zij snel wegwijs in deze complexe materie. De handreiking gaat in op de situatie van een spontane vondst en van voorgenomen grond werkzaamheden waar explosieven bij zouden kunnen worden aangetroffen. Ook geeft de handreiking handvaten wat te doen als er een vermoeden is van een explosief in een gebied waar geen grondwerk is gepland.

Financiële vergoedingen

Sinds een aantal jaren is het voor gemeenten mogelijk om een bijdrage te ontvangen uit het Gemeentefonds voor het opsporen en ruimen van NGE. De gemeenteraad moet dat in de vorm van een raadsbesluit vaststellen. In dat besluit moet duidelijk worden aangegeven dat de opsporing van NGE uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk is en ook welke kosten hiermee gemoeid zijn. Het gaat hier om de werkelijk gemaakte kosten. Er is geen mogelijkheid om vooraf kosten op te geven en deze later terug te vragen. Het raadsbesluit kan samen met een verzoek tot suppletie worden ingediend bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Als de gemeenteraad besluit tot het opsporen van NGE, krijgt de gemeenten een aanvullende bijdrage uit het gemeentefonds van 70% van de projectkosten. De voorfinanciering en de overige 30% blijven voor rekening van de gemeente.