Archeologische waarden

Archeologische waarden zijn sporen van menselijke activiteiten uit het verleden die in de bodem zijn achtergebleven. Denk aan potscherven, resten van voedselbereiding, graven, fundaties van gebouwen, maar ook verkleuringen in de grond die laten zien dat er vroeger een huis heeft gestaan of een sloot heeft gelopen.

Archeologische waarden zijn onvervangbaar. Eenmaal blootgelegd en opgegraven is dit bodemarchief voorgoed verdwenen. Om die reden wordt tegenwoordig geprobeerd om het bodemarchief zoveel mogelijk ter plekke te bewaren. De generaties na ons kunnen het bodemarchief daardoor onderzoeken met nieuwe wetenschappelijke inzichten en technieken en vanuit wellicht andere opvattingen over de geschiedenis.

Soms is behoud ter plekke niet mogelijk. Door bijvoorbeeld graaf- en baggerwerkzaamheden en diepe bouwputten gaat het bodemarchief ter plaatse onherroepelijk verloren. In dat geval vinden archeologische opgravingen plaats om zoveel mogelijk informatie te krijgen uit het bodemarchief en eventuele vondsten in musea of depots te bewaren.

Archeologische waarden in Zeeland

Zeeland heeft een rijke ontstaansgeschiedenis. Vaak waren natuurlijke factoren (duinvorming, opslibbing, stormen, zeespiegelstijgingen, hoge rivierafvoeren) verantwoordelijk voor de komst en het vertrek van bewoners. De oudste sporen van bewoning van Zeeland dateren uit de steentijd. Uit vondsten in Zeeuws-Vlaanderen en bij de Kop van Schouwen blijkt dat Neanderthalers aanwezig zijn geweest. Dit zijn vondsten als vuurstenenwerktuigen en vuurstenenbijlen. Vermoedelijk zijn ook in andere delen van Zeeland sporen uit deze tijd terug te vinden, maar die liggen onder een dikke laag zeeklei die sindsdien door de zee en rivieren is afgezet.

Sporen uit het verleden zijn vooral terug te vinden op die plaatsen waar de bodem in het verleden stevig genoeg was en ver genoeg boven het natte land uitstak om er te kunnen wonen, bijvoorbeeld op het zand van de strandwallen, kreekruggen en zandplaten. Door overstromingen is door de eeuwen een deel van het oude Zeeland onder water verdwenen. Een groot deel van de archeologische waarden van Zeeland zijn dan ook onder water teruggevonden.

Betekenis van archeologische waarden

Zorgvuldig omgaan met archeologische waarden is belangrijk voor kennis over de geschiedenis van de vroegere bewoners van Zeeland. Het archeologisch erfgoed gaat meer leven wanneer er meer mensen kennis van kunnen nemen. Dit kan bijvoorbeeld door vondsten uit opgravingen ten toon te stellen of door open dagen bij opgravingen te organiseren. Op deze manier dragen archeologische waarden bij aan de beleving en identiteit van een gebied

Archeologische vindplaatsen kunnen ook bovengronds een bijdrage leveren aan de beleving van een gebied. Bijvoorbeeld door informatieborden, recreatieve voorzieningen als wandel- en fietspaden langs vindplaatsen, zoals de 117 verdronken dorpen, of het benadrukken van oude bewoningsvormen in een bestratingsplan.

Ambities en doelen

Uitgangspunt voor het provinciale beleid is het behoud van archeologische waarden. Waar mogelijk moeten deze waarden in de bodem bewaard blijven (in-situ). Is dit niet mogelijk, omdat er bijvoorbeeld gegraven moet worden, dan moet in gebieden met een bekende archeologische waarde of met een archeologische verwachtingswaarde archeologisch (voor)onderzoek worden uitgevoerd. Aan de hand daarvan wordt bepaald of er een opgraving moet worden uitgevoerd.

In het Europese Verdrag van Malta (1992) is afgesproken dat archeologie een afgewogen onderdeel moet zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit verdrag is in Nederland vertaald in de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet zegt dat de initiatiefnemer van een bodemverstorende ingreep betaalt voor de zorg voor het (eventueel) in de ondergrond aanwezige erfgoed en dit ook verder regelt. In de wet is bepaald dat de afweging voor behoud binnen de procedures van de Wet ruimtelijke ordening moet plaatsvinden. Op basis van de Wro kan de provincie archeologische attentiegebieden aanwijzen. In Zeeland is dit nog niet gebeurd. Gemeenten moeten archeologische (verwachtings)waarden verplicht opnemen in hun bestemmingsplan en beschermende regels hiervoor opstellen.

Beleid in de praktijk

Om de geschiedenis van Zeeland ook voor de toekomst te behouden is het beleid van de provincie Zeeland gericht op het ter plaatse in de bodem (in situ) bewaren van archeologisch erfgoed. De uitgangspunten voor het provinciale beleid voor de archeologie staan in de Nota Archeologie 2006-2012. Deze nota is een uitwerking van de Cultuurnota Cultuur Continu. De uitgangspunten zijn ook opgenomen in het provinciale Omgevingsplan 2006-2012. De belangrijkste provinciale instrumenten om invulling te geven aan de doelstellingen uit het Omgevingsplan zijn:

  • Archeologische toets bij procedures waarin GS bevoegd gezag is;
  • Toetsen van waterpeilbesluiten aan de hand van de Archeologische Monumenten Kaart;
  • Stimuleren archeologievriendelijk beheer en onderhoud;
  • Investeren in informatievoorziening naar gemeenten, projectontwikkelaars, amateur-archeologen en andere betrokkenen;
  • Actualiseren en ontsluiten van informatiebronnen;
  • projecten die de fysieke zichtbaarheid, beleving en ontsluiting op structurele wijze van het archeologisch erfgoed (mede) mogelijk maken;
  • Opstellen van een Provinciale Onderzoeksagenda.

De Wet ruimtelijke ordening legt een groot deel van de verantwoordelijkheid voor het behoud van het archeologische erfgoed bij de gemeenten. Inmiddels hebben alle Zeeuwse gemeenten een eigen archeologiebeleid of gestart zijn met de voorbereidingen voor het opstellen van dit beleid.

Op 12 mei 2009 heeft de provincie nieuwe richtlijnen voor uitvoeren archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland vastgesteld. De richtlijnen zijn aanvullend op de laatste versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Het 'stappenplan archeologie' geeft handvatten om archeologische waarden op tijd en op de juiste wijze in te passen in ruimtelijke ontwikkelingsplannen.