Aardkundige waarden

Aardkundige waarden zijn elementen in het landschap die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van het gebied en de (klimatologische) omstandigheden waarin zij zijn ontstaan. Deze elementen kunnen landschapsvormen zijn (bijvoorbeeld kreken en kreekruggen), bijzondere bodems (bijvoorbeeld in de Yerseke Moer), opvallende geologie (bijvoorbeeld de Meester van der Heijdengroeve in Nieuw Namen) en zichtbare processen (bijvoorbeeld duinvorming). Om deze reden hebben ze een bijzondere en educatieve betekenis.

Aardkundige waarden bepalen voor de mens een groot deel van de belevingswaarde van de landschappelijke omgeving. Aangezien veel aardkundige waarden zijn gevormd onder andere (klimaat)omstandigheden dan de huidige zijn ze onvervangbaar. Het is mede om die reden dat aardkundige waarden steeds meer worden erkend als één van de kernkwaliteiten van de Nederlandse Nationale Landschappen.

Aardkundige waarden in Zeeland

Het Zeeuwse landschap is vormgegeven door water, wind en de mens. Stormvloeden in combinatie met menselijke ingrepen hebben er voor gezorgd dat in de loop van de tijd Zeeland is veranderd van een aaneengesloten veenmoeras naar een eilandenrijk. De gecombineerde werking van zeewater, rivierwater en de wind heeft naast de vorm van het landschap ook de samenstelling van de ondergrond bepaald. Zeeuwse voorbeelden van aardkundige waarden zijn slikken, schorren, poelgronden, kreekruggen en strandwallen.

Schorren (begroeide buitendijkse gebieden boven de gemiddelde hoogwaterlijn) werden vanaf de Middeleeuwen stap voor stap ingedijkt en in cultuur gebracht. Restanten van getijdegeulen bleven als stille getuigen achter en door inklinking werden de zandige kreekopvullingen in het landschap als hogere ruggen zichtbaar. Veel Zeeuwse steden en dorpen zijn ontstaan op de hogere delen in het landschap zoals kreekruggen Ook oude weggetjes en veel monumentale boerderijen liggen op hogere terreindelen. Aardkunde en cultuurhistorie zijn dan ook nauw met elkaar verbonden.

De meeste aardkundige waarden in Zeeland zijn zichtbaar in de vorm van water en hoogteverschillen in het landschap. Restanten van kreken laten zien waar de scheiding tussen voormalige eilanden lagen. Op de kernen van deze eilanden liggen kreekruggen die zich kenmerken door een relatief hogere ligging in het landschap afgewisseld met poelgronden. Deze poelgronden zijn door inklinking van veen in de ondergrond lager gelegen in het landschap.
In de Ooster- en Westerschelde is een dynamische afwisseling van getijdegeulen, zandplaten, slikken en schorren te vinden. In het Veerse Meer en de Grevelingen ligt ditzelfde systeem er (vrijwel) zonder getijde verstild bij. In het westen van Zeeland bevinden zich de duinen en liggen oude strandwallen. In Zeeuws-Vlaanderen gaat het polderlandschap over naar het hoger gelegen Vlaamse dekzand gebied.
 

Betekenis van aardkundige waarden

Aardkundige waarden staan steeds meer in de belangstelling. Aardkundige waarden zorgen door de hoogteverschillen en de afwisseling in grondsoorten, voor afwisseling in het landschap. Voor de natuur heeft deze afwisseling een grote betekenis. Overgangen, bijvoorbeeld tussen nat en droog of tussen zoet en zout, leveren bijzondere natuur met bijzondere soorten op.
Aardkundige waarden dragen bij aan de beleving en de identiteit van het landschap. Dat maakt aardkundige waarden interessant vanuit toeristisch en recreatief oogpunt. Zichtbaar maken van deze waarden (fietsroutes, bezoekerscentra, etc.) kan een stimulans zijn voor de regionale economie.
Aardkundige waarden zijn vaak ontstaan onder (klimaat)omstandigheden die nu niet meer voorkomen. Ze vormen daardoor een waardevol archief. Een archief met informatie over klimaatveranderingen, het ontstaan Zeeland en het verloop van natuurlijke processen die in het verleden hebben gespeeld of nog steeds spelen. Hiervan valt veel leren.

Ambities en doelen

Om te bepalen wanneer sprake of sprake is van een aardkundige waarde zijn alle in Zeeland voorkomende aardkundige elementen en vormen beoordeeld aan de hand van een aantal criteria. In willekeurige volgorde zijn dat:

  • zeldzaamheid
  • kenmerkendheid
  • gaafheid
  • zichtbaarheid
  • landschapvormende processen
  • samenhang met de omgeving

Op een aantal plaatsen hebben aardkundige verschijnselen nog een gave vorm en/of komen meerdere aardkundige verschijnselen in onderlinge samenhang voor. Op andere plaatsen is de aantasting dusdanig dat het aardkundige verschijnsel slecht zichtbaar aanwezig is. Indien dit echter een zeldzaam verschijnsel is, kan het toch als waardevol worden getypeerd. Aardkundige waarde is een dus een subjectief begrip. Vanuit aardkundig oogpunt heeft vrijwel het gehele Zeeuwse landschap aardkundige betekenis. Het is echter, gezien de vele andere functies van het landschap, niet mogelijk of wenselijk om de hele provincie als aardkundig waardevol gebied op de kaart te zetten. In totaal zijn 231 aardkundig waardevolle elementen op kaart gezet. Daarvan zijn op basis van de criteria 27 aardkundig waardevolle gebieden geselecteerd.

In het Omgevingsplan Zeeland 2006-2012 is als doelstelling opgenomen het behoud van de aardkundige waarden. Dit is nodig, omdat aardkundige elementen onvervangbaar zijn. Door menselijke ingrepen, zoals ontgrondingen, egalisatie en bouw- en waterwerken gaat de herkenbaarheid van de aardkundige elementen verloren en daarmee wordt de identiteit van het landschap aangetast.
De rigoureuze herverkavelingsprojecten uit de tweede helft van de 20e eeuw hebben in enkele decennia tijd het Zeeuwse landschap meer veranderd dan ontwikkelingen in de voorgaande 800 jaar. Reden genoeg om de aardkundige waarden die er nog zijn te koesteren en te versterken.

Beleid in de praktijk

Het aardkundig beleid van de provincie Zeeland richt zich op de aardkundige waarden die Zeeland bijzonder maken. Het beleid heeft 3 sporen:

  • Gebiedsspecifiekbeleid: Het gebiedsspecifiekbeleid richt zich op de 27 aardkundig waardevolle gebieden. Ieder gebied kent eigen kansen en bedreigingen en vraagt om andere beheers- en beschermingsmaatregelen. Het gebiedsspecifiekbeleid voor deze gebieden zal vastgesteld provinciaal beleid worden.
  • Stimuleringsbeleid: Het stimuleringsbeleid richt zich op de 231 aardkundige elementen. Aardkundige waarden dragen bij aan de kwaliteit en de beleving van Zeeland. Gemeenten, gebiedsontwikkelaars en beheerders worden gestimuleerd om deze elementen in te passen en te versterken binnen ruimtelijke ontwikkelingen. Bij de aanleg van woonwijken is het bijvoorbeeld niet noodzakelijk dat het reliëf onder een dikke laag zand verdwijnt. Een voormalige kreek kan in een nieuwe wijk ook een slingerende groene strook of natuurlijk park vormen. En een kreekrug kan prima benut worden om een nieuwe weg door de woonwijk te dragen. Het landschap blijft enigszins herkenbaar en enkele belangrijke karakteristieken blijven behouden. Op deze manier geeft het reliëf de voortgaande verstedelijking van Zeeland, volgens het concept "behoud door ontwikkeling" een meerwaarde.
  • Benoemen aardkundige monumenten: Om aardkundige waarden die Zeeland bijzonder maken levend te houden, worden gebieden met unieke aardkundige waarden door de provincie aangewezen als aardkundig monument. Voorbeelden zijn het natuurgebied Oranjezon tussen Oostkapelle en Vrouwenpolder, het boerenland Hoeve van der Meulen te 's Heer-Abtskerke en de Meester van der Heijdengroeve te Nieuw Namen. Door het stempel van aardkundig monument op een gebied te drukken wordt de aandacht op ghet gebied gevestigd en kan PR daarover plaatsvinden. Juridisch gezien heeft het stempel van aardkundig monument geen status.