Ondergronds ruimtegebruik

Ondergronds bouwen en ondergronds ruimtegebruik bieden een oplossing voor ruimtegebrek boven de grond. Al eeuwen worden kelders gegraven die dienst doen als opslagplaats voor voedsel en handelswaar. Later kwamen daar de schuilkelders en bomvrije ruimtes bij, die in tijden van oorlogsdreiging bescherming boden. Sinds 150 jaar is ook het ondergrondse vervoer (metro en trein) een ruimtegebruiker onder de grond. Ook kabels en leidingen leggen al geruime tijd een claim op de ondergrond. De laatste decennia neemt vooral in de centra van steden het gebruik van de ondergrond toe. Parkeren gebeurt steeds meer onder de grond. Maar ook winkels, bioscopen, sportvoorzieningen, archieven en afvalinzameling kunnen prima ondergronds. Door ondergronds te bouwen kan bovengronds de kwaliteit van de openbare ruimte verbeteren. Denk aan het ontbreken van geparkeerde auto's in het straatbeeld van een historisch centrum of ruimte voor groen in de stad.

Ondergronds ruimtegebruik in Zeeland

In grote delen van Zeeland bestaan de bovenste meters voor een groot deel uit klei en plaatselijk ook uit veen. Ondergronds bouwen en het aanleggen van ondergrondse objecten is in deze slappe bodem een technische uitdaging. Naast slappe bodems kent Zeeland ook gebieden waar veel zand in de bodem aanwezig is. De bodemkaart geeft daar een goed overzicht van. Door de lage ligging van grote delen van Zeeland oefent de druk van het grondwater, tijdens en na de bouw, enorme krachten uit op ondergrondse bouwconstructies. Zaken om goed alert op te zijn.
In sterk verstedelijkte gebieden, met name Middelburg, Vlissingen, Terneuzen en Goes, is het al relatief druk onder de grond. Denk daarbij aan de kabels en leidingen, rioleringen, ondergrondse parkeerkelders en afvalcontainers. Het grootste ondergrondse bouwwerk in Zeeland is de Westerscheldetunnel met als diepste punt 60 meter –NAP. Zo zijn er in Zeeland al vele voorbeelden van kleinschalig en grootschalig ondergronds ruimtegebruik.
Een andere dimensie van ondergronds ruimtegebruik is bodemenergie. Dit is weliswaar geen fysiek bouwwerk, maar wel een claim op de ondergrondse ruimte.

Voordelen ondergronds ruimtegebruik

Ondergronds bouwen draagt bij aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Door functies als parkeren, infrastructuur en afvalinzameling uit het zicht te brengen komt ruimte vrij voor bijvoorbeeld openbare ruimte of mooie stedenbouw. Ondergrondse verkeersinfrastructuur heeft als bijkomend positief effect dat hinder als stank, fijn stof en geluid vermindert.
De grond biedt een stabiel klimaat voor archieven en musea. Voorbeelden hiervan zijn er legio in Zeeland, zoals het Zeeuws Museum in Middelburg, het Bevrijdingsmuseum Zeeland in en het provinciale abdijcomplex en meerdere gemeentehuizen.
Ondergronds bouwen is kostbaar. Het is niet voor niets dat op dure locaties (de stedelijke centra) als eerste gekozen wordt voor ondergrondse oplossingen. De benodigde investeringen zijn daar het makkelijkst terug te verdienen. Er is extra aandacht nodig om ondergrondse ruimtes zo te ontwerpen dat mensen het verblijf ondergronds als aangenaam en veilig ervaren. Een prachtig voorbeeld waar dat is gelukt is de ArtEZ hogeschool voor de kunsten in Arnhem.

Ambities en doelen

De provincie staat voor een zorgvuldig en bewust gebruik van de ondergrond. Hiermee wordt bedoeld dat het gebruik van de ondergrond goed moet worden afgewogen, om te voorkomen dat andere ondergrondse belangen niet worden geschaad. Zo kan ondergronds ruimtegebruik betekenen dat andere waarden zoals archeologische waarden verloren gaan of dat energiesystemen niet meer aangelegd kunnen worden. De provincie biedt ondersteuning bij de afweging van de voor- en nadelen van ondergronds ruimtegebruik.
De HZ-Vlissingen neemt deel in het Centre Applied Research Underground Space (CARUS). Kennis die in de praktijk wordt ontwikkeld wordt beschikbaar gesteld aan bedragen en studenten. CARUS is een samenwerking van meerdere hogescholen en een lectoraat in het HBO.

Beleid in de praktijk

De provincie stimuleert met de duurzaamheidslader verstedelijking het (her)gebruik van de bestaande stedelijke ruimte en de intensivering van het ruimtegebruik. De ondergrond meenemen in de planvorming past daar uitstekend bij.
Voor ondergronds bouwen geldt dezelfde (planologische) wet- en regelgeving als bovengronds. Het bestemmingsplan, het bouwbesluit, de ARBO-wetgeving en de gemeentelijke bouwverordening zijn van toepassing.
Bestemmingsplannen met specifieke regels voor ondergronds bouwen zijn nog schaars. Ondergrondse bestemmingsplannen komen in Zeeland nog niet voor. Naarmate het drukker wordt onder de grond zal het bestemmingsplan meer aandacht aan de derde dimensie moeten besteden.