Kabels en leidingen

Het is druk in de grond. Onder iedere stoep, onder veel wegen en in bermen liggen kabels en leidingen. De reden om kabels en leidingen onder de grond aan te leggen is vooral de leveringszekerheid. Ondergronds liggen de kabels beter beschermd tegen wind, zwiepende boomtakken en andere mogelijke schade. Onder de grond is het vaak ook koeler dan boven de grond. Dit is voor bijvoorbeeld drinkwater- en elektriciteitsleidingen gunstig. Naast veiligheid en betrouwbaarheid is de beleving van de bovengrondse ruimte een belangrijke reden om kabels en leidingen onder de grond te leggen.

Kabels en leidingen in Zeeland

Het functioneren van de samenleving is sterk afhankelijk van de energie- en nutsvoorzieningen die via de kabels en leidingen worden geleverd. Vroeger was men aangewezen op de dorpspomp, de waterput, olietank, steenkoolberging, de beerput en de eigen TV- en radioantenne. Tegenwoordig is bijna iedereen aangesloten op netwerken die deze functies hebben overgenomen. De hoeveelheid kabels en leidingen in de grond zijn de afgelopen decennia zo toegenomen dat vooral in stedelijk gebied conflicteren situaties tussen nutsinfrastructuur en andere ondergrondse en bovengrondse functies ontstaan.
Naast de leidingen voor gas, water, elektriciteit, communicatie en riool zijn er in Zeeland ook nog buisleidingen, die gevaarlijke stoffen transporteren. Het gaat daarbij vooral om aardgas, brandbare vloeistoffen en in de toekomst mogelijk ook CO2. Door Zuid-Beveland en Zeeuws Vlaanderen lopen buisleidingen die de belangrijke industriegebieden (Kanaalzone, Sloegebied, Antwerpse haven en Rotterdamse haven) met elkaar verbinden.

Waar deze kabels en leidingen in Zeeland liggen kunt u bekijken op de kabels en leidingen kaart.

Omgaan met kabels en leidingen

De aanleg van kabels en leidingen heeft in het verleden niet altijd even goed gecoördineerd plaatsgevonden. Hierdoor liggen kabels en leidingen soms kriskras door elkaar en sommige kabels en leidingen liggen op een heel andere plaats dan gedacht. De onoverzichtelijke situatie kan leiden tot onveilige situaties en tot extra kosten, graafschade en projectvertraging. Graafschade kan gevaarlijk zijn voor de omgeving (bijvoorbeeld bij een gaslek) en ongemak opleveren wanneer elektriciteit, water, gas, internet of telefoon uitvallen. Jaarlijks ontstaat in Nederland bij circa 20% van alle graafwerkzaamheden schade aan kabels en leidingen. Dat zijn ongeveer 35.000 gevallen, goed voor een directe schadepost van zo'n €25 miljoen per jaar.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het belangrijk om het ondergrondse netwerk van kabels en leidingen vroegtijdig mee te nemen in het planproces. Dit geldt zeker voor stedelijke gebieden. Hoofdleidingen van nutsvoorzieningen hebben al een plaats onder de grond. Omleggen van deze leidingen vanwege bovengrondse bouwactiviteiten en/of ondergrondse voorzieningen zoals parkeergarages, boomwortelruimte, ondergrondse afvalinzameling, open water, tunnels, en winkelcentra is een kostenpost, die zwaar op de exploitatie kan drukken.

In stroken waar buisleidingen lopen gelden, mede uit oogpunt van veiligheid, beperkingen voor het ruimtegebruik. Zo moeten gemeenten buisleidingen in hun bestemmingsplannen opnemen en bij nieuwbouw zorgen voor genoeg afstand tot de buisleidingen.

Ambities en doelen

De provincie wil het transport van stoffen door middel van (ondergrondse) buisleidingen bevorderen. Daarbij gaat het zowel om de regionale initiatieven voor uitwisseling van reststromen en sluiten van kringlopen als om de aansluiting en gebruik van landelijke en transnationale netwerk van buisleidingen. Bij deze doelstelling staat het bundelen van (hoofdtransport)leidingen in leidingstroken centraal. Door bundeling ontstaat minder indirect ruimtebeslag, het beheer wordt efficiënter, het is veiliger en ruimtelijke processen worden minder complex. Voor het lokale distributienet heeft de provincie geen beleidsdoelen benoemd.

Beleid in de praktijk

Om zorgvuldig te kunnen graven, is het belangrijk om te weten waar kabels en leidingen in de grond zitten. De kabel- en leidingbeheerders moeten daarom zorgen voor volledige en actuele kaarten waarop de kabels en leidingen staan aangegeven. Mede om graafincidenten als gevolg van problemen in de informatie-uitwisseling over de ligging van kabels en leidingen tussen beheerders en de aannemers en loonbedrijven te voorkomen is de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) of grondroerdersregeling opgesteld. Deze wet regelt de informatie-uitwisseling tussen gravers en netbeheerders tot in detail.

  • De WION verplicht tot het melden van elke grondbewerking, waaronder het leggen van kabels. Kabel- en leidingbeheerders moeten al hun kabels en leidingen binnen vastgestelde nauwkeurigheden digitaal beschikbaar hebben en melden bij het Kadaster. Zo mag de opgegeven ligging van kabels en leidingen maximaal 1 meter (aan beide zijden) afwijken van de feitelijke situatie. Het Kadaster ontsluit deze gegevens via het KLIC (kabels en leidingen informatiecentrum).
  • Bij graafwerkzaamheden worden soms kabels of leidingen gevonden die niet op de kaart staan (‘weesleidingen’). Het Kadaster probeert in zo’n geval de eigenaar of beheerder op te sporen. Deze moet de kabel of leiding dan alsnog op zijn kaarten aangeven. Lukt het niet om de eigenaar of beheerder te vinden, dan moet de gemeente de weesleiding registreren en hier bij toekomstige graafwerkzaamheden melding van maken.
  • Het Agentschap Telecom controleert of netbeheerders en grondroerders zich aan de wet houden. Het agentschap bezoekt ook graaflocaties om te zien of een graafmelding gedaan is, de ontvangen kaarten aanwezig zijn en er zorgvuldig wordt gegraven. Het Agentschap Telecom kan bij overtredingen onder meer boetes opleggen.

De handreiking "Efficiency bij aanleg van kabels en leidingen, een gezamenlijke uitdaging" geeft handvatten voor een goede regie van de aanleg van kabels en leidingen en voor samenwerking tussen de betrokken partijen.

Buisleidingen worden zoveel mogelijk gebundeld in gereserveerde stroken. Bij leidingen van nationaal belang moet de (ontwerp) Structuurvisie Buisleidingen van het Ministerie van I&M worden gehanteerd. In deze leidingstroken van 70 meter breed is ruimtelijke ontwikkeling niet toegestaan. Het Zeeuwse beleid (Omgevingsplan Zeeland 2012-2018) geeft aan dat ook leidingen van regionaal belang in leidingenstroken aangelegd moeten worden. Solitaire aanleg van hoofdtransportleidingen is alleen toegestaan als een bestemming niet bereikbaar is via het landelijke en regionale net van leidingenstroken. Het gebruiken, onderhouden, vervangen, verwijderen en aanleggen van buisleidingen in Zeeland is geregeld in de Provinciale Milieuverordening (PMV). Zodra de landelijke AMvB Buisleidingen wordt vastgesteld komen de kaders uit de PMV te vervallen.

Documenten en publicaties

Over het omgaan met kabels en leidingen zijn veel documenten, websites, tools en handreikingen beschikbaar. Rechts is een beperkte lijst opgenomen, die verder kan helpen in de zoektocht naar informatie.