Voormalige stortplaatsen

Een voormalige stortplaats is een terrein waar, al dan niet onder toezicht van de overheid, in het verleden afval is gestort. Het stortmateriaal kan bestaan uit huishoudelijk-, bedrijfs-, bouw- en sloopafval. Onder invloed van neerslag en grondwater kunnen stoffen uit het stortmateriaal vrijkomen. De grond en het grondwater in, onder en naast de stortplaats is dan ook vaak (licht) verontreinigd.

De periode waarin de voormalige stortplaatsen in gebruik zijn geweest varieert van zeer kort tot decennialang. "Voormalige" betekent dat de stortplaatsen voor 1 september 1996 zijn gesloten. Baggerspeciedepots, slootdempingen en erfverhardingen met opgebracht puin vallen niet onder de voormalige stortplaatsen.

Voormalige stortplaatsen in Zeeland

In Zeeland zijn 287 voormalige stortplaatsen. Deze stortplaatsen zijn in de tweede helft van de jaren '90 in opdracht van de provincie Zeeland in kaart gebracht binnen het project Verkennend Onderzoek Gesloten Stortplaatsen (VOS) en Nazorg Voormalige Stortplaatsen (NAVOS). Per stortplaats is een factsheet opgesteld. Hierin is bijvoorbeeld informatie opgenomen over de historie van de stortplaats, het adres, het oppervlakte en de dikte van de deklaag. Deze factsheets zijn via de kaart met Voormalige Stortplaatsen opvraagbaar.
Van een groot aantal voormalige stortplaatsen is de afdeklaag zo dun dat het gevaar bestaat dat mens, plant en/of dier in contact met stortafval kan komen. Daarom wil de provincie Zeeland dat deze voormalige stortplaatsen een betere afdeklaag krijgen.

Omgaan met voormalige stortplaatsen

De meeste voormalige stortplaatsen zijn agrarisch gebied. Met een voldoende dikke en schone afdeklaag (minimaal 1 meter) is dit geen probleem en hoeven er geen maatregelen worden genomen. Het oppompen van grondwater, voor bijvoorbeeld bevloeiing, op deze plaatsen is sterk af te raden. Soms valt het oog op een voormalige stortplaats om er te gaan bouwen. De provincie Zeeland is geen voorstander van het bouwen op voormalige stortplaatsen zonder de uitvoering van een bodemsanering. Reden hiervoor is niet de technische haalbaarheid maar het mogelijke psychologisch effect bij bewoners (psychosomatische ziekten) op de langere termijn. Als er (bijvoorbeeld om economische of planologische redenen) toch voor gekozen worden om op een voormalige stortplaats te bouwen, kan dat door:

  • Het stortmateriaal volledig af te graven;
  • het stortmateriaal te herschikken;
  • het stortmateriaal te isoleren en te controleren (nazorg).

Hoewel bij de meeste voormalige stortplaatsen in Zeeland het stortmateriaal vermoedelijk uit puin en huishoudelijk afval bestaat kan er ook chemische afval gestort zijn. Omdat dikwijls onbekend is wat er echt gestort is, worden de voormalige stortplaatsen als "black box" beschouwd.
Verreweg het grootste milieuhygiënische probleem bij voormalige stortplaatsen is de verontreiniging van de bodem en (grond)water onder en naast de stortplaats met stoffen die uit de stortplaats vrijkomen. Daarnaast zijn er stortplaatsen zonder afdeklaag of waarvan de afdeklaag zich heeft gemengd met stortmateriaal. Bij het huidige gebruik is er in die gevallen direct contact met stortmateriaal mogelijk.
De voormalige stortplaatsen waar sprake was van risico's voor de volksgezond zijn inmiddels door de provincie Zeeland aangepakt. Hierbij is het gebruik van het terrein aangepast, of is de stortplaats afgedekt.

Ambities en doelen

De provincie Zeeland heeft de volgende ambities en doelen op gebied van voormalige stortplaatsen:

  • Voldoende dikke afdeklaag: De provincie Zeeland vindt dat minimaal één meter van de afdeklaag geschikt moet zijn voor de gebruiksfunctie van de voormalige stortplaats.
  • Afdekken door werk met werk: De provincie Zeeland nam tot voor kort het initiatief voor het afdekken van stortplaatsen. Vanaf 2006 is hier extra op ingezet. Bij het afdekken wordt geprobeerd werk met werk te maken. Grond die bij een werk/ontwikkeling over is, wordt – mits van voldoende kwaliteit – als afdeklaag bij voormalige stortplaatsen toegepast. Omdat grond dan maar één keer verladen hoeft te worden, kunnen aanzienlijke kostenbesparingen worden gerealiseerd.

Beleid in de praktijk

  • Aanpak voormalige stortplaatsen provincie Zeeland in Wbb kader: De provincie Zeeland ziet het afdekken van voormalige stortplaatsen als een bodemsanering volgens de Wet bodembescherming (Wbb). Bij aanpak van een voormalige stortplaats geven de resultaten van het NAVOS-onderzoek voldoende informatie om met een eenvoudige BUS-melding bij de provincie een sanering uit te voeren. Bij meer complexe gevallen waarbij het grondwater ook (ernstig) verontreinigd is, moet een saneringsplan bij de provincie worden ingediend.
  • Werk met werk maken: De provincie Zeeland stimuleert instanties en bedrijven om werk met werk te maken bij de aanpak van voormalige stortplaatsen. Als bij de realisatie van een werk/ontwikkeling een overschot aan grond is die geschikt is voor een afdeklaag, dan mag die instantie de grond gratis naar een af te dekken stortplaats brengen. De provincie Zeeland wil behulpzaam zijn bij het leggen van contacten tussen eigenaren, pachters en andere betrokkenen en het verzorgen van de BUS-melding.
  • Fiscale faciliteit: Het Rijk heeft in 2009 de regeling 'fiscale faciliteit voor de afgraving van oude stortplaatsen' in het leven geroepen om de herontwikkeling van oude stortplaatsen te stimuleren (Belastingplan 2010). Afgraven gebeurde tot dantoe nauwelijks vanwege hoge kosten. Eind 2011 is deze regeling door het afschaffen van de Afvalstoffenbelasting (Belastingplan 2012) komen te vervallen. De keuze voor een herontwikkelingsmethode hangt af van de toekomstige bestemming en kosten. Afgraven heeft als voordeel dat monitoring en nazorg van een stortplaats niet noodzakelijk is en maakt hoogwaardige herontwikkeling mogelijk.