Chemische bodemkwaliteit

De bodem bestaat uit een grote mix van chemische stoffen. Zand en klei bestaan uit mineralen. Vooral kleimineralen kunnen allerlei stoffen aan zich binden. Veen en humus bestaat vooral uit organische verbindingen. Wanneer er stoffen in de bodem zitten die er van nature niet thuishoren en bovendien ook schadelijk kunnen zijn voor mens, plant en dier spreken we van bodemverontreiniging. Daarbij kunnen we onderscheid maken tussen puntbronverontreinigingen en diffuse verontreinigingen.

Bodemverontreiniging door diffuse bronnen

In Zeeland komen verspreid over grote gebieden verhoogde concentraties aan stoffen in de bodem voor. Deze zijn onder andere te verklaren door de lange historie van dorpen en steden. Een bekend voorbeeld is de verontreiniging met zware metalen (bijvoorbeeld koper, lood en zink) die zijn ontstaan door het vrijkomen van stoffen uit onder andere geglazuurde dakpannen, metalen dakgoten, verspreiding van afval van oude ambachten en bedrijfjes, puin en loodhoudende producten zoals benzine, verven en leidingen.

Bekend is dat lood een risico kan zijn voor de gezondheid van de mens. Met name jonge kinderen zijn kwetsbaar omdat de inname van met lood vervuilde gronddeeltjes het leervermogen (IQ) kan aantasten. De Zeeuwse overheden hebben zogenaamde  aandachtsgebieden voor lood in de bodem in kaart gebracht. In deze gebieden kunnen hogere loodgehalten in de bodem voorkomen. Deze kaart is te vinden op https://zldgwb.zeeland.nl/aandachtsgebiedenlood. Onder het tabblad BKK Zeeland is de rapportage van het onderzoek te raadplegen. Meer informatie over de risico’s van lood is te vinden op de website van de GGD Zeeland (www.ggdzeeland.nl/lood).

Ook in het landelijk gebied zijn verontreinigingen ontstaan. Dit komt vooral door het gebruik van bepaalde soorten bestrijdingsmiddelen (bijvoorbeeld DDT) in landbouw- en fruitteeltgebieden. Een kaart waar dergelijke verontreinigingen aanwezig kunnen zijn is te raadplegen onder het tabblad BKK Zeeland (onder kaarten). We noemen dit diffuse bodemverontreiniging. Daarnaast heeft Zeeland veel sloten, watergangen en kanalen die periodiek worden gebaggerd. Door diffuse verontreinigingen is deze bagger echter niet altijd schoon. Het waterschap zoekt naar hergebruiksmogelijkheden van deze bagger zo dicht mogelijk bij de plaats van herkomst.
Hoe om te gaan met gebieden met verhoogde concentraties aan stoffen en de spelregels van grond- en baggerverzet in en tussen verschillende gebieden wordt geregeld door het Besluit Bodemkwaliteit. De gemeente is hiervoor het bevoegd gezag. Onder het tabblad bkk Zeeland vindt u er alles over.

Bodemverontreiniging door puntbronnen

In 1980 kwam in het dorpje Lekkerkerk in Zuid-Holland een stortplaats met chemische afvalstoffen onder een woonwijk aan het licht. Deze vondst vormde het begin van een grootscheepse bodemsaneringsoperatie in Nederland. Bodem werd synoniem voor bodemverontreiniging. Veel verontreinigingen zijn het gevolg van menselijke activiteiten op een bepaalde plek/locatie/punt. We noemen dit puntbronverontreiniging. De overheid nam het voortouw bij het schoonmaken van Nederland. In de loop der jaren bleek dit een illusie te zijn: steeds meer verontreinigingen werden gevonden en het geld om dat alles volledig schoon te maken is er niet. Het huidige bodemsaneringsbeleid is daarom gericht op het wegnemen van risico's. Dat er verontreinigingen achterblijven moet een geaccepteerd gegeven worden.
Een speciale categorie van puntbronverontreinigingen zijn de voormalige stortplaatsen.

Voormalige stortplaatsen

Een voormalige stortplaats is een terrein waar, al dan niet onder toezicht van de overheid, in het verleden afval is gestort. Het stortmateriaal kan bestaan uit huishoudelijk-, bedrijfs-, bouw- en sloopafval. Dikwijls is het grondwater in, onder en naast de stortplaats (licht) verontreinigd. Het bodemgebruik op de meeste voormalige stortplaatsen is agrarisch. Met een voldoende dikke en schone afdeklaag is dit gebruik geen enkel probleem. Van een aantal voormalige stortplaatsen is de afdeklaag zo dun dat het gevaar bestaat dat mens, plant en dier in contact met stortafval kan komen. Het aanbrengen van een voldoende dikke afdeklaag is in dat geval wenselijk.

Van nature voorkomende stoffen

Niet alle verhoogde concentraties van stoffen zijn veroorzaakt door de mens. Er zijn ook stoffen die van nature voorkomen in Zeeland. Een voorbeeld hiervan is de stof arseen die in grote delen van Zeeland in verhoogde concentraties in het grondwater voorkomt. Iets waar je dus niets aan kunt doen maar waar je wel rekening mee moet houden.
Een ander voorbeeld is het voorkomen van zout in de Zeeuwse bodem. Volgens het Besluit bodemkwaliteit is het toepassen van zand uit de zee of uit de zeearmen (bijvoorbeeld de Westerschelde) vrij beperkt mogelijk. De reden is dat dit zand te veel zout bevat. De Zeeuwse overheden vinden dit te ver gaan omdat grote delen van Zeeland van nature al erg zout/brak zijn. Het zilte Zeeland is nu eenmaal niet gelijk aan provincies waar alleen zoetwater voorkomt. Om die reden is specifiek versoepeld beleid hiervoor ontwikkeld. Onder het tabblad bkk Zeeland vindt u alles over het toepassen van zout zeezand.